Spring naar hoofd-inhoud

BLOG: De zin van het energielabel

Aangemaakt door Kees Arkesteijn | |   Blog

Over het energielabel bestaat veel misverstand. Ook bij mensen die over het onderwerp beslissingen moeten nemen. Als inhoudsdeskundige van het energielabel wil ik graag een poging wagen enige helderheid te scheppen in de discussie rondom dit thema. Mijn blog draag ik in het bijzonder op aan Vereniging Eigen Huis (VEH) en de heer Knops van het CDA.

Magere voorbeelden
Verbazingwekkend vind ik een opmerking van VEH in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens de VEH kent de systematiek in de praktijk nog veel interpretatiekwesties. Daarbij noemt zij twee voorbeelden. Zo zou er volgens de VEH in de methode een keuzemogelijkheid ontbreken voor driedubbel glas. Maar daar zijn in de energielabelmethodiek wel degelijk standaardwaarden voor opgenomen. Ook is het volgens de VEH voor de labeladviseur onduidelijk of een Frans balkon een deur of een raam betreft. De erkende EPA-adviseur weet echter beslist raad met een dergelijke situatie. Dat is zijn vak. Op basis van deze magere voorbeelden denkt de VEH dat de kwaliteitsborging van het energielabel nog de nodige aandacht verdiend. Die aandacht is er zeker. Zo vindt de keuring van een woning voor het energielabel plaats onder een onafhankelijk stelsel van toezicht. Zou dat ook gelden voor de keuringen die door de VEH worden uitgevoerd?

 

Hardnekkig misverstand
Ook verbaast het mij dat een beslisser als de heer Knops van het CDA een hardnekkig misverstand in stand houdt. Volgens hem kan de energiezuinigheid van een woning worden bepaald aan de hand van de energierekening van de vorige bewoner (Algemeen Overleg van 24 mei 2013). Er gaan meer stemmen op die het werkelijk gemeten energiegebruik van een woning als uitgangspunt willen nemen. Het lijkt logisch, maar aan deze methode kleven meer nadelen dan aan de nu gehanteerde methode.

 

Werkelijk energieverbruik
Het werkelijke energiegebruik wordt o.a. bepaald door het gebruikersgedrag en het aantal bewoners. Vergelijkbare woningen kunnen echter in energieverbruik tot wel een factor 4 verschillen. Zo wordt bij Roelofs op nummer 20, een gezin met drie kinderen, de kamerthermostaat standaard op 24 ᵒC gezet. Het kinderloze echtpaar Willems van nummer 18 vindt 18 ᵒC een behaaglijke temperatuur. Roelofs zet de ramen vaak open; Willems doet dat zelden. De kinderen van Roelofs douchen gemiddeld 20 minuten per dag; Willems trekt hier 5 minuten voor uit. Anders gezegd: een nieuwe bewoner kan maar weinig herleiden uit de de meterstanden van de vorige bewoner. Correctie op bewonersgedrag is nagenoeg onmogelijk omdat bewoners hun gedrag zelden kunnen specificeren. Ook eventueel aangebrachte energiebesparende maatregelen in de woning zijn niet af te leiden uit het werkelijk energiegebruik. Energiebesparende maatregelen moeten nog altijd ter plekke worden nagegaan. Het berekende energiegebruik op basis van standaard gebruikersgedrag kent toch echt de minste nadelen.

 

Basisprincipe energielabel
Wat is de zin van het energielabel. Voor een antwoord begin ik bij het begin. Het energielabel is een maat voor de energetische kwaliteit van een woning, woongebouw of utiliteitsgebouw. Gemakshalve heb ik het steeds over een woning. De energetische kwaliteit van de woning wordt uitgedrukt in zogenaamde energieklassen die lopen van G tot en met A++++. De energieklasse van een woning laat vooral het resultaat zien van genomen energiebesparende maatregelen. Daarbij wordt het het nog aanwezige energie-besparingspotentieel aangetoond.

De energieklasse van een woning is afhankelijk van de mate van isolatie, de installatie voor ruimteverwarming, warmtapwaterbereiding, ventilatie en eventueel aanwezige zonne-energiesystemen. Hoe beter de woning is geïsoleerd of hoe efficiënter de installatie voor ruimteverwarming en wamtapwaterbereiding is, hoe beter de energieklasse.

Om soortgelijke woningen met elkaar te kunnen vergelijken, wordt de energieklasse bepaald bij standaard bewonersgedrag. Dat zijn dus vaste waarden voor binnentemperatuur, hoeveelheid warm tapwatergebruik, hoeveelheid ventilatie en branduren van de verlichting.

Voor auto’s geldt een vergelijkbaar principe. De energieklasse van de auto geeft het benzinegebruik aan bij genormeerde omstandigheden en gebruik. Ook hier speelt de grootte en het vermogen van de auto een rol. Uiteindelijk bepaalt de rijstijl van de automobilist het werkelijke benzinegebruik.

 

Stimulans voor huiseigenaren
Het is een gemiste kans als gerenommeerde instituten als de VEH of beslissende partijen in feite niet voldoende kennis hebben van het energielabel. Hierdoor blijven we hangen in discussies over het label en gaan we voorbij aan het uiteindelijke doel: en dat is de huiseigenaar overtuigen van energiebesparende maatregelen in een woning. De tijd zit mee. Gezien de huidige energieprijzen is het rendement van energiebesparende maatregelen vaak hoger dan het rendement van een spaarrekening.

Reageren? De schrijver Kees Arkesteijn nodigt u uit voor een reactie via k.arkesteijn@isso.nl

Terug