Spring naar hoofd-inhoud

Meest duurzame gebouw? Bewijs dat maar eens!

Aangemaakt door Rob van Bergen | |   Blog

Met enige regelmaat komt u ze tegen, die berichten over het MEEST DUURZAME GEBOUW, dat nu toch echt gerealiseerd is. Het klinkt als een soort verbetering van een wereldrecord DUURZAME GEBOUWEN. Met dit verschil dat een regulier wereldrecord in de sport eenduidig en volgens strenge regels is vastgesteld, en het nieuwe wereldrecord DUURZAAMSTE GEBOUW niet. Een beetje teveel wind in de rug en je nieuwe record hardlopen telt niet mee; een voetje op de rand van de baan en je bent gediskwalificeerd.

Maar hoe zit dat nu met DUURZAME GEBOUWEN?
Centraal in mijn beoordeling van deze (nieuwe!) gebouwen staat de vraag of dat nieuwe gebouw wel nodig was. Over het algemeen was de organisatie aan een nieuw imago toe, en er zijn maar weinig organisaties die het aandurven om dat in hun gerenoveerde oude huisvesting te doen*.
Gefuseerd! Tijd voor een nieuw gebouw! Tijd voor het meest duurzame gebouw!

Gelukkig is er ruimte voor veel nieuwe ‘meest duurzame gebouwen’ met labels als Gold of Outstanding. Helaas zijn dit weinig eenduidige meetinstrumenten.
Ze hebben als voordeel dat er een gewogen score is op allerlei aspecten van duurzaamheid zodat de term Outstanding meer zegt dan een lage EPC-score. Die EPC-score heeft weer als voordeel dat het een echte cijfermatige maatlat is en dat 0,36 dus gewoon lager is dan 0,37; punt uit!

Wat al deze meetinstrumenten gemeen hebben is dat het slechts ontwerpwaarden zijn; op zijn best gerealiseerde ontwerpwaarden. Tegen de EPC is lang geageerd omdat dit geen maatlat voor het werkelijke energiegebruik zou zijn. Aangezien de EPC alleen het gebouw gebonden energieverbruik meeneemt is dit correct en moet het gebruiksgebonden energiegebruik nog toegevoegd worden.

Dit is natuurlijk mogelijk en brengt me bij een volgende stap die volgens mij noodzakelijk is.

Willen we een echte maatlat voor het duurzaamste gebouw maken dan moet niet alleen het gebruikgebonden energiegebruik meegenomen worden, maar ook de werkelijke prestaties van het gebouw tijdens gebruik. Dan moeten we de werkelijke energiegebruiken gaan verwerken tot een EPC-in-use.

Met zo’n EPC-in-use kan de gebruiker van het gebouw laten zien dat zijn huisvesting niet alleen is ontworpen en uitgevoerd als duurzaam gebouw, maar dat het ook duurzaam gebruikt wordt en duurzaam functioneert! Dat in dit gebouw het beloofde lage energiegebruik ook werkelijk gerealiseerd wordt doordat hij zijn gebouw duurzaam beheert en onderhoudt.

Want zoals de Engelsen zeggen: the proof of the pudding is in the eating!
En dat geldt wat mij betreft ook voor duurzame gebouwen!
Ze kunnen er op papier of in werkelijkheid nog zo duurzaam uitzien: ik wil bewijzen!

Rob van Bergen

*Mooie voorbeelden van het tegendeel zijn er natuurlijk ook, zoals het onder eigen regie gerenoveerde hoofdkantoor van Royal Haskoning-DHV in Amersfoort of de huisvesting van het WNF in een voormalig laboratorium in Zeist.

Terug
Rob van Bergen