Spring naar hoofd-inhoud

Reactie ISSO op consultatie Wijziging Bouwbesluit 2012 BENG 2020

In 2020 wordt een belangrijke stap gezet onderweg naar een duurzame gebouwde omgeving omdat volgens de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD) “uiterlijk 31 december 2020 .. alle nieuwe gebouwen bijna energieneutrale gebouwen” moeten zijn (art.9 van de richtlijn 2010/31/EU). Maar wat is een bijna-energieneutraal gebouw?

In Nederland is voor de energieprestatie van gebouwen een nieuwe bepalingsmethode opgesteld. Deze nieuwe bepalingsmethode is vastgelegd in NTA 8800 die de oude methode, de NEN 7120 gaat vervangen.

Met deze methode kunnen drie indicatoren  worden bepaald, die samen de ‘oude’ EPC vervangen. 

Deze 3 nieuwe indicatoren zijn:

  • BENG-1: de energiebehoefte voor verwarmen en koelen in [kWh/m2go] per jaar;
  • BENG-2: het primair fossiel energiegebruik in [kWh/m2go] per jaar;
  • BENG-3: het aandeel hernieuwbare energie in [%].

en vervangen de huidige EPC-eis (zoals bijvoorbeeld EPC = 0,4 voor woningen).

Via het Conceptbesluit wijziging Bouwbesluit 2012 BENG 2020 worden deze beide wijzigingen tegelijk ingevoerd. Het ministerie van BZK heeft dit concept gepubliceerd en aan betrokken partijen een reactie hierop gevraagd.

ISSO vindt het belangrijk dat de professionals in de gebouwde omgeving goed kunnen werken met de regelgeving. Een voorwaarde is dat de voorschriften duidelijk zijn voor alle betrokkenen en dat de implementatie zorgvuldig gebeurt. 

Daarom hebben wij als reactie de onderstaande adviezen via de consultatie aan het ministerie gegeven.

Advies 1 m.b.t. invoering BENG-eisen en bepalingsmethode

ISSO adviseert een fasering aan te brengen in de invoering van de nieuwe eisen en bepalingsmethode. Gedurende een X periode kan bijna-energieneutraal als voorschrift gelijkgesteld kunnen worden aan een EPC = 0 cf. NEN 7120. Tijdens deze periode kan voorgeschreven worden dat bij de vergunningaanvraag niet alleen de EPC-berekening cf. NEN 7120 ingediend wordt,  maar ook de bepaling cf. NTA 8800.

Motivatie voor fasering

  1. Naar verwachting komt de (gevalideerde) software voor de bepaling van de energieprestatie cf. NTA-8800 rond oktober 2019 beschikbaar. Tot die tijd is er alleen de validatietool in Excel beschikbaar voor ontwerpende partijen om een indruk te krijgen van de energieprestatie van een gebouwontwerp cf. NTA 8800. Dit betekent dat deze partijen erg weinig tijd hebben om hun ontwerp cf. de nieuwe bepalingsmethode door te rekenen.
  2. Uit beschouwing van actuele nieuwbouwprojecten (zie rapportage1 Nieman aan Lente-akkoord) blijkt dat de door de minister voorgestelde eisen voor (reguliere) bijna-energieneutrale woningen niet scherper zijn dan de huidige EPC-eis van 0,4. Door monitoring van de uitkomsten van beide bepalingsmethoden gedurende een periode kan de minister inzicht krijgen in het huidige prestatieniveau en kan de markt overschakelen naar de nieuwe bepalingsmethode.
  3. Door de methodische fouten in en de tekortkomingen van de uitgevoerde kostenoptimaliteitsstudie is een totaal verkeerd beeld ontstaan betreffende de stappen naar bijna-energieneutrale gebouwen. Allereerst is verzuimd om het referentieniveau duidelijk vast te stellen. Dit geldt zowel voor het huidige niveau (EPC=0,4) als voor het doelniveau (BENG). Als gevolg hiervan is geen kostenoptimaliteit richting BENG bepaald maar het laagste kostenneutrale niveau (dat overigens niet correct is vastgesteld).
  4. Zoals voorgeschreven in de EPBD dient bij het vaststellen van het kostenoptimale niveau voor de BENG-eisen uitgegaan te worden van de beschikbare investeringsmogelijkheden als de huidige energierekening gekapitaliseerd wordt. Hierbij heeft ieder land overigens de mogelijkheid strengere BENG-eisen te stellen. Dit betekent dat de gekapitaliseerde (integrale!) energiekosten behorende bij het huidige eisenniveau (EPC=0,4) vergeleken worden met de levensduurkosten voor diverse maatregelpakketten die tot een hogere energieprestatie lijden (c.q. tot bijna energieneutrale gebouwen). Als resultaat van de afwijkende uitgangspunten in de kostenoptimaliteitsstudie en de gehanteerde definitie van kostenoptimaliteit (die in feite kostenneutraliteit is met een onduidelijk referentieniveau) is het voorgestelde niveau voor BENG-1 veel te laag gelegd.
  5. Doordat nu een kostenneutrale definitie heeft geleid tot de vaststelling van de eisen voor bijna-energieneutrale gebouwen wordt door de minister feitelijk gesteld dat de huidige energieprestatie van nieuwe woningen en gebouwen al bijna-energieneutraal is. Doordat de primaire eneergiefactor (PEF)2  nu al verhoogd wordt en aanvullende eis m.b.t. BENG-3 wordt toegevoegd treden alleen wat nuanceverschillen op, maar is er geen enkele stimulans tot verdere verbetering van de werkelijke energieprestatie van gebouwen. 

1 Onderzoek consequenties NTA 8800 / concept BENG-eisen, Nieman Raadgevende Ingenieurs, 27-02-2018.

 2 De primaire energiefactor (PEF) geeft aan hoeveel kWh primaire fossiele energie nodig is voor de productie van 1 kWh energie voor het gebouw (elektriciteit, aardgas). Vanwege het beleid van-gas-los is met name de PEF voor elektriciteit hier relevant. In de gepubliceerde wijzigingen wordt de prognose voor het aandeel hernieuwbare energie in de landelijke elektriciteitsproductie in 2020 ingezet.

Advies 2 m.b.t. BENG-indicatoren

ISSO adviseert de minister de beleidskeuze voor opname van ventilatie in de BENG 1-indicator in NTA 8800 ongedaan te maken.

Motivatie voor verwijderen van forfaitaire warmte- en koudebehoefte voor ventilatie

  1. Eén van de steeds terugkerende bezwaren tegen de huidige bepalingsmethode voor de energieprestatie cf. NEN 7120 is het ontbreken van voldoende relatie tussen het (‘theoretisch’) berekende en het werkelijke energiegebruik van een woning of gebouw. Door de opname van een forfaitaire warmte/koudebehoefte voor ventilatie in de energiebehoefte van een gebouw (BENG-1) is het bepalen van een relatie tussen de theoretische energiebehoefte en het werkelijke energiegebruik ten enenmale onmogelijk geworden. Doordat ook de tweede indicator BENG-2 een theoretisch bepaalde hoeveelheid energie is, is het eindresultaat dat geen van de 3 BENG-eisen een verband heeft met de werkelijke energierekening.
  2. Zonder ventilatie wordt BENG-1 een zuivere indicator van de bouwfysische kwaliteit van het gebouw. 
  3. Bij de huidige voorgestelde BENG-eisen blijkt BENG-1 niet bepalend te zijn voor het maatregelpakket om te voldoen aan de gestelde eisen, maar BENG-2. Dit betekent dat er minder aandacht voor de bouwfysische kwaliteit van het gebouw nodig is dan voor het beperken van de primaire fossiele energievraag. Hierdoor wordt de logica van vraagbeperking als eerste stap in verduurzaming losgelaten. In de bouwpraktijk blijkt steeds dat met name de luchtdichtheid van de gebouwschil nog een ondergeschoven kind is in de borging van gebouwprestaties. Dit levert bij bijna energieneutrale woningen een groot risico op grote verschillen tussen vooraf berekende en het werkelijke energiegebruik. Nadruk op de BENG-1-prestatie dwingt tot o.a. een goed luchtdicht ontwerp en bijbehorende uitvoeringskwaliteit.

Advies 3 m.b.t. hoogte BENG-eisen

ISSO adviseert de minister de voorgestelde BENG-eisen in lijn te brengen met de scherpte van de voorgenomen BENG-eisen uit 2015.

Motivatie voor in lijn brengen met de voorlopige BENG-eisen 2015

  1. 1Uit beschouwing van actuele nieuwbouwprojecten blijkt dat de door de minister voorgestelde eisen voor (reguliere) bijna-energieneutrale woningen niet scherper zijn dan de huidige EPC-eis van 0,4. Door met name de voorgestelde hoogte van BENG-1 kan de bouwfysische kwaliteit van de gebouwen eerder slechter worden dan beter. Door verbeterde kwaliteitsborging rondom de uitvoering van gebouwen om bij oplevering aan de normstelling te voldoen zal nog gaan blijken hoe het met de uitvoeringspraktijk van met name luchtdichting gesteld is. Door de zwakke eis voor BENG-1 wordt het mogelijk woningen met een slechtere luchtdichtheid te bouwen terwijl juist daar het grootste verbeterpotentieel ligt.
  2. Op basis van de in 2015 voorgestelde BENG-eisen wordt er door een groep koplopers in de markt al woningen met een hoge energieprestatie gerealiseerd. Tegelijkertijd is een groot deel van het aanbod van nieuwe woningen nog erg gericht op het minimum onder toevoeging van enkele schaam-PV-panelen. Door nieuwe eisen te stellen die niet verder richting energieneutraal bouwen gaan zal deze bouwpraktijk niet verbeteren en levert dit ook geen energiebesparing op.
  3. De geschiedenis van periodiek aangescherpte EPC-eis heeft een stroom van technische innovaties op gang gebracht. Door nu de lat niet hoger te leggen komt een einde aan deze innovatie-stroom en lijkt het alsof we er nu wel zijn wat betreft energieneutraliteit van gebouwen.

 

Rob van Bergen

Rotterdam, 8 maart 2019

 

Terug